Enno werd geboren in Den Haag (1919). Al op de lagere school nam hij, geïnspireerd door een tekenleraar, het besluit kunstschilder te worden. Na de HBS zat een kunstacademie er niet in en kwam Enno gedurende 6 jaar als technisch tekenaar te werken op een carrosseriefabriek. In deze periode ontstonden contacten met verschillende Haagse schilders, waaronder Kees Andrea, Harry Verburg en Jan Ennovan Heel, en veranderde de amateuristische fase in een professionele. Enno ging model tekenen op de Eerste Nederlandse Vrije Studio en tijdens weekenden en op zomeravonden werden westlandmotieven vereeuwigd.
Toen de oorlog uitbrak en de bezetters de begaafde technisch tekenaar naar Duitsland wilden overplaatsen, verdween deze, samen met Wim Noordhoek (fotograaf / beeldend kunstenaar) naar noordoost Limburg. Daar bood een pottenbakkerij de gelegenheid om met halve dagen werk het ‘brood op de plank’ te verdienen, wat betekende dat Enno halve dagen vrije werktijd had. Na de oorlog belandde Enno in Cuyk in een boerderij, waar hij samen met andere kunstenaars woonde en werkte. Deze jaren leverden later ‘de groep van Cuyk’ op. Een kleine kern van schilders en grafici, waaronder Jan Gregoor, Ap Sok, Wim Noordhoek en Enno, waaromheen bevriende collega’s, die vaak voor langere tijd kwamen werken in het Limburgse land.
Enno leerde Elisabeth kennen en samen vertrokken zij begin jaren ’50 naar noord Noorwegen, waar zij gedurende vijf jaar woonden en werkten. Beiden hielden aan deze periode een sterke binding met het hoge noorden over. Ook in het latere werk van Enno komt deze binding sterk naar voren.
Na vele omzwervingen op visueel-creatief gebied kreeg het werk van Enno gedurende zijn docentschappen aan het Rhedens Lyceum en de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem, weer duidelijker realistische uitgangspunten. Na een tijd van grote vrijblijvendheid ontstond de behoefte via een nauwgezette weergave abstracte waarden (de dingen achter de dingen) zichtbEnno in zijn atelieraar te maken. Imitatie van realiteit is een middel daartoe, geen doel, géén poging fotografie te schilderen. Het is dan ook in die jaren dat Enno ontdekte hoe zijn technische ervaring van weleer een factor kon zijn in zijn beeldend werk. Schilderijen ontstonden waarin het spanningsveld tussen natuur en techniek, natuur en menselijke ordening beoogd werd en waar de mens aanwezig-afwezig is.
Enno noemde zichzelf een reiziger. Het reizen is een rode draad door zijn leven geweest maar ook het leven zelf was voor Enno een reis. Naast vele reizen door heel Europa, Azië en Noord Amerika, werd een verlaten vissershuis in het uiterste noorden van Noorwegen een tweede huis voor Enno en Elisabeth, waar zij vanaf de jaren ’80 ieder jaar een aantal maanden woonden en werkten.
Enno is in 2007 overleden, na een “prachtig leven” van grote creativiteit en productiviteit, vele vriendschappen en betrokkenheid bij de Rhedense kunstwereld.